Bij het varken ligt een mutatie van het calciumkanaalgen RyR1 aan de oorsprong van ernstige ingrijpende veranderingen in de stofwisseling, die leiden tot de ontwikkeling van het kwaadaardige hyperthermiesyndroom, door een verstoring van de calciumionstromen doorheen het membraan van de spiercellen.
Na het slachten daalt de post-mortem-pH van het vlees dat afkomstig is van zogenaamd "stressgevoelige" varkens te snel, wat leidt tot vlees van geringere kwaliteit.

De schuurziekte bij schapen, ook scrapie genoemd, is een ziekte bij dieren die veroorzaakt wordt door prionen, en behoort tot de groep overdraagbare boviene spongiforme encefalopathie bij kleine herkauwers. De ziekte wordt gekenmerkt door het verschijnen van gedragsstoornissen ten gevolge van een aantasting van het centrale zenuwstelsel. De afloop is altijd fataal. Schuurziekte is geen genetische ziekte, maar is te wijten aan "Agents Transmissibles Non Conventionnels (ATNC)", ook "ziekteverwekkende prionen" genoemd.
Het gen, PrP-gen genoemd, is een coderend gen voor de PrP-prionproteïne die de oorzaak of in elk geval minstens een stof is die gepaard gaat met de ontwikkeling van de schuurziekte. Dit PrP-gen heeft een invloed op de ontvankelijkheid van een schaap om de schuurziekte op te lopen als het aan de infectie blootgesteld wordt.
Bij schapen bepaalt het genotype op niveau van de codonen 136, 154 en 171 van het gen PrP hun gevoeligheid voor of hun potentiële weerstand tegen de ziekte.
De typering van het gen PrP kan gedaan worden op schapen van elke leeftijd en is dus een kostbaar hulpmiddel om dieren te selecteren die een natuurlijke weerstand vertonen tegen de schuurziekte.
Het "dikbil"-kenmerk van runderen is een veralgemeende hypertrofie die het gevolg is van een hyperplasie van de spiervezels.
Dit kenmerk wordt nagestreefd voor de vleesrassen: bij gelijke voeding zijn dikbildieren niet aanzienlijk zwaarder dan gemengde dieren van hetzelfde ras, maar hebben ze meer spieren en minder vet, wat een hoger slachtrendement oplevert. Daarnaast is het vlees van dikbildieren minder vet en malser.
Het fenotype "dikbil" leidt tot mutaties die zich voordoen op het vlak van de sequentie van het myostatine-gen.